Onderzoek & cijfers

Nieuwe cohortstudie: autistische meisjes beginnen minder vaak aan puberteitsremmers of hormonen, bij meer psychische problematiek

Een Israëlische cohortstudie onder 786 jongeren van een nationale verwijskliniek voor genderzorg vindt dat autistische meisjes significant minder vaak aan puberteitsremmers of hormonen beginnen dan hun niet-autistische leeftijdgenoten, terwijl autistische jongeren vaker kampen met angst, ADHD en medicatiegebruik. De onderzoekers noemen dit een ongelijkheid en pleiten voor (vertaald) 'autisme-geïnformeerde' protocollen — maar is meer toegang wel de juiste conclusie?

Topaz e.a.
·
Gepubliceerd 28 september 2026
Illustratie bij: Nieuwe cohortstudie: autistische meisjes beginnen minder vaak aan puberteitsremmers of hormonen, bij meer psychische problematiek

Een nieuwe Israëlische cohortstudie, gepubliceerd in het vakblad Autism Research, onderzocht de dossiers van 786 kinderen en jongeren (4 tot 19 jaar) die tussen 2013 en 2025 bij een nationale verwijskliniek voor genderzorg kwamen. Bij 9,7 procent van hen was ook autisme (ASS) vastgelegd — en het aantal verwijzingen van autistische jongeren nam in die periode significant toe. Eerste auteur Topaz en collega's keken vervolgens naar iets dat in eerdere studies onderbelicht bleef: wat betekent die dubbele diagnose voor de toegang tot medische transitiezorg?

Wat de cijfers laten zien

De belangrijkste bevinding is opmerkelijk. Autistische jongeren die bij geboorte als meisje waren geregistreerd (AFAB) begonnen significant minder vaak aan puberteitsremmers of geslachtshormonen dan hun niet-autistische leeftijdgenoten — en dat terwijl de leeftijden waarop autistische en niet-autistische jongeren de 'mijlpalen' in hun genderontwikkeling bereikten grotendeels vergelijkbaar waren. Wel waren autistische jongeren bij hun eerste bezoek aan de kliniek minder ver in de puberteit, hadden zij vaker een non-binaire genderidentiteit en waren zij vaker hoogbegaafd. Waarom autistische meisjes minder vaak met medische behandeling begonnen, staat niet in de samenvatting van de studie.

Tegelijk vond de studie bij autistische jongeren een zwaardere psychiatrische belasting: een autismediagnose hing samen met hogere percentages angst, ADHD en gebruik van psychofarmaca. De Zweedse SKDS-studie liet eerder zien dat een autismediagnose bij deelnemers met genderdysforie 7,8 keer zo vaak voorkwam als bij cisgender deelnemers (bron).

De conclusie van de onderzoekers — en het probleem daarmee

Topaz en collega's noemen hun bevinding een 'disparity between developmental synchrony and clinical access': een kloof tussen een vergelijkbaar ontwikkelingsverloop en de toegang tot zorg. Volgens hen onderstreept dat de noodzaak van (vertaald) 'autisme-geïnformeerde protocollen' die gelijkwaardige genderbevestigende zorg ondersteunen. In de publiekssamenvatting bevelen zij aan dat genderklinieken hun diensten aanpassen aan de communicatie- en psychische behoeften van autistische jongeren.

Die stap van bevinding naar aanbeveling verdient een kritische blik. De studie toont een samenhang — autistische meisjes beginnen minder vaak aan puberteitsremmers of hormonen — en de samenvatting geeft geen bewijs dat dit een onterechte achterstelling is. Een andere lezing is evengoed mogelijk: dat clinici bij autistische meisjes vaker signalen zien die om behoedzaamheid vragen, zoals overprikkeling, sociale angst, communicatieproblemen of identiteitsvragen die samenhangen met autisme zelf in plaats van met genderdysforie. Terughoudendheid is dan geen achterstelling maar zorgvuldigheid — precies wat je zou willen bij een groep waarbij deze studie zelf een zwaardere psychiatrische belasting vond.

Dat onderscheid — tussen 'ongelijke toegang' en 'passende voorzichtigheid' — wordt in de samenvatting van het onderzoek niet gemaakt. De auteurs melden het verschil, maar noemen daar geen redenen waarom autistische meisjes minder vaak met behandeling begonnen. Zonder dat onderscheid kan een aanbeveling voor gelijke toegang net zo goed leiden tot méér in plaats van beter afgewogen medicalisering van een kwetsbare groep.

Waarom dit meer om zorgvuldige diagnostiek vraagt, niet om snellere toegang

Voor genderautisme.nl is dit een terugkerend patroon: onderzoek dat de oververtegenwoordiging van autisme in genderklinieken bevestigt, gevolgd door een aanbeveling om de toegang tot medische transitie te vergroten in plaats van de diagnostiek te verdiepen. Zoals eerder besproken bij de effecten van puberteitsremmers bij autistische jongeren, is juist bij deze groep extra behoedzaamheid geboden: volgens het eindrapport van de Cass Review kunnen moeite met interoceptie (het duiden van wat er in het eigen lichaam gebeurt) en alexithymie (het herkennen en uiten van emoties) het voor autistische jongeren soms moeilijk maken om te verwoorden wat zij voelen over hun lichamelijke gewaarwordingen, hun genderidentiteit en hun seksuele identiteit (bron, paragraaf 5.44). Dat vraagt om zorgvuldige diagnostiek voordat aan onomkeerbare stappen wordt gedacht. Een overzicht van wat bekend is over die diagnostische opgave staat op de pagina Onderzoek en cijfers van deze site.

Ook transgenderidentiteit.nl heeft een artikel over de samenhang tussen autisme en genderdysforie.

Bronnen

Topaz E. e.a., "Autism Spectrum Disorder Among Gender-Diverse Children and Adolescents: A National Cohort Study", Autism Research, 2026. Samenvatting en publicatiegegevens via PubMed (PMID 41873702). Dit artikel is gebaseerd op de samenvatting van de studie; de volledige tekst is niet geraadpleegd.

Özel F. e.a., "Associations between autism, gender dysphoria and gender incongruence: insights from the Swedish Gender Dysphoria Study (SKDS)", Psychiatry Research, 2025, via Europe PMC.

Cass H., "Independent review of gender identity services for children and young people: Final report", 2024, paragrafen 5.40 tot en met 5.44, via archive.org.

Nienke Vogelaar

Nienke Vogelaar

Redactie

Topaz e.a.

Onafhankelijke redactie die peer-reviewed onderzoek, systematische reviews en officiële rapporten toegankelijk samenvat. Informatief, geen medisch advies. Laatst bijgewerkt op 28 september 2026.

Meer over ons →

Veelgestelde vragen

Korte antwoorden op de vragen die het vaakst terugkomen.

Meer over Onderzoek & cijfers

Grote Amerikaanse studie naar autisme en genderdysforie: vakcommentaar plaatst kanttekeningen

Onderzoek & cijfers

Grote Amerikaanse studie naar autisme en genderdysforie: vakcommentaar plaatst kanttekeningen

Een Amerikaanse studie onder ruim 750.000 jongeren bevestigt de samenhang tussen autisme en genderdysforie en vindt bij jongeren met beide diagnoses vaker depressie, angst en suïcidaliteit. Een begeleidend vakcommentaar noemt de studie waardevol, maar wijst op de grenzen van dossierdata en op het ontbreken van longitudinaal onderzoek.

4 oktober 2026Lees artikel →
Canadese genderkliniek-studie over autisme krijgt methodologische kritiek in vakblad

Onderzoek & cijfers

Canadese genderkliniek-studie over autisme krijgt methodologische kritiek in vakblad

Een dossieronderzoek bij de grootste publiek gefinancierde genderkliniek voor volwassenen van Canada vond meer genderdysforie-diagnoses en meer psychische diagnoses bij volwassenen met een autismediagnose. Drie Canadese onderzoekers vragen in een ingezonden brief om een voorzichtige lezing van die uitkomsten; de auteurs houden vast aan hun hoofdconclusies.

24 september 2026Lees artikel →
Nieuwe review: autisme oververtegenwoordigd bij genderdysforie én bij transgenderklinieken

Onderzoek & cijfers

Nieuwe review: autisme oververtegenwoordigd bij genderdysforie én bij transgenderklinieken

Een Poolse literatuurreview (2026) bevestigt dat autisme vaker voorkomt bij mensen met genderdysforie én bij bezoekers van genderklinieken, en pleit voor training van behandelaars. De review noemt zelf verhoogde risico's op angst, depressie en zelfbeschadiging, maar verbindt daaraan vooral de conclusie dat de autonomie van patiënten gerespecteerd moet worden en dat zij mee moeten beslissen over hun behandeling — niet dat er eerst zorgvuldiger gekeken moet worden.

21 september 2026Lees artikel →