Onderzoek & cijfers

Nieuwe review: autisme oververtegenwoordigd bij genderdysforie én bij transgenderklinieken

Een Poolse literatuurreview (2026) bevestigt dat autisme vaker voorkomt bij mensen met genderdysforie én bij bezoekers van genderklinieken, en pleit voor training van behandelaars. De review noemt zelf verhoogde risico's op angst, depressie en zelfbeschadiging, maar verbindt daaraan vooral de conclusie dat de autonomie van patiënten gerespecteerd moet worden en dat zij mee moeten beslissen over hun behandeling — niet dat er eerst zorgvuldiger gekeken moet worden.

Karina Marciniec, Zuzanna Szczypińska, Adam Pawlak
·
Gepubliceerd 21 september 2026
Illustratie bij: Nieuwe review: autisme oververtegenwoordigd bij genderdysforie én bij transgenderklinieken

Een nieuwe literatuurreview in het Poolse vaktijdschrift Advances in Psychiatry and Neurology concludeert dat autismespectrumstoornis (ASS) vaker voorkomt bij mensen met genderdysforie dan bij de algemene bevolking, en dat dit patroon zich ook aftekent onder bezoekers van gender-bevestigende klinieken. De auteurs — Karina Marciniec, Zuzanna Szczypińska en Adam Pawlak — beschrijven het gevoel een "minderheid binnen een minderheid" te zijn (vertaald) en schrijven dat behandelaars training nodig hebben om de waardigheid en autonomie van patiënten met beide diagnoses te waarborgen en gedeelde besluitvorming mogelijk te maken. Het klinkt zorgvuldig. Maar wie de review naast de eigen bevindingen legt, ziet een conclusie die niet vanzelfsprekend uit de cijfers volgt.

Wat de review claimt

De kern van het artikel is een samenvatting van bestaand onderzoek: autistische kenmerken en diagnoses komen structureel vaker voor bij mensen die zich melden met genderdysforie, in zowel jeugd- als volwassenenpopulaties. De auteurs noemen daarbij vier mogelijke verklaringen die in de literatuur circuleren: verschillen in theory of mind (het vermogen om de gedachten en gevoelens van anderen in te schatten), de "extreme male brain"-theorie, overeenkomsten in de bouw van de hersenschors, en cognitieve inflexibiliteit met moeite om onzekerheid te verdragen (bron). Geen van deze verklaringen wordt in de review hard gemaakt; de auteurs schrijven dat de stand van het onderzoek geen betrouwbare conclusie over de oorzaak toelaat en presenteren ze als hypothesen, niet als bewijs. Dat is op zichzelf correct en eerlijk. Het probleem zit in wat de auteurs met die onzekerheid doen.

De eigen risicocijfers wijzen een andere kant op

De review erkent zelf dat mensen met zowel autisme als genderdysforie vaker te maken hebben met angst, depressie, suïcidale gedachten en zelfbeschadiging. Dat zijn geen bijzaken — het zijn precies de signalen die in andere onderzoekstradities worden gebruikt om te pleiten voor méér diagnostische zorgvuldigheid voordat iemand een medisch traject ingaat. De Cass Review beval aan dat jongeren die naar de Britse genderzorg worden verwezen een brede beoordeling van hun behoeften krijgen, met daarin screening op neurologische ontwikkelingsstoornissen, waaronder autisme, en een beoordeling van de psychische gezondheid (bron). De Poolse review haalt de Cass Review niet aan. De auteurs schrijven wel dat diagnostiek en transitie bij autistische mensen langer kunnen duren, maar noemen autisme geen contra-indicatie voor transitie. De veronderstelling dat de genderbeleving een tijdelijke, uit autisme voortkomende interesse kan zijn, lijkt volgens hen voort te komen uit stigma en tast de autonomie van patiënten aan. Dat oordeel volgt niet dwingend uit de eigen cijfers.

Cognitieve inflexibiliteit: signaal voor twijfel, niet voor bevestiging

Vooral de vierde verklaring die de auteurs noemen — cognitieve inflexibiliteit en moeite om onzekerheid te verdragen — verdient meer aandacht dan de review eraan geeft. De auteurs opperen dat iemand met autisme die kenmerken heeft die met het andere geslacht worden geassocieerd, zich daardoor moeilijk met het eigen biologische geslacht kan identificeren. Als dat zo is, dan is dat een reden om een zelfgerapporteerde genderidentiteit bij autistische jongeren juist niet zonder meer als stabiel en doorslaggevend te beschouwen, zeker niet vroeg in een traject. De review noemt dit mechanisme, maar trekt er geen conclusie uit voor de klinische praktijk; het blijft steken bij de oproep om autonomie te respecteren. Autonomie respecteren en een jongere behoeden voor een overhaaste, moeilijk terug te draaien keuze zijn geen tegenstelling — maar de review werkt alleen het eerste uit.

Wat hiermee te doen in de praktijk

De overrepresentatie van autisme bij genderdysforie staat inmiddels buiten kijf; dat bevestigen ook eerdere Zweedse cijfers uit de SKDS-studie op deze site. De vraag is niet óf clinici hier alert op moeten zijn, maar wat die alertheid zou moeten inhouden. Zorgvuldige differentiaaldiagnostiek — onderscheid maken tussen autisme-gerelateerde rigiditeit, sociale onzekerheid, sensorische problemen met het eigen lichaam en een op zichzelf staande genderidentiteit — hoort vooraf te gaan aan elke stap richting medische transitie, niet pas ná de constatering dat iemand ook autistisch is. Een review die zelf erkent dat de risico's hoger liggen en dat autistische kenmerken de diagnostiek van genderdysforie bemoeilijken, en daar als slotsom vooral respect voor autonomie en gedeelde besluitvorming aan verbindt, laat precies de zorgvuldigheid liggen die de eigen cijfers rechtvaardigen.

Bronnen

Marciniec, K., Szczypińska, Z., Pawlak, A. (2026). "The relationship between autism and gender dysphoria, and their co-occurrence with transgender identity: research conditions and implications." Advances in Psychiatry and Neurology / Postępy Psychiatrii i Neurologii, 35(2). DOI: 10.5114/ppn.2026.161376. Volledige publicatie via Termedia.

Nienke Vogelaar

Nienke Vogelaar

Redactie

Karina Marciniec, Zuzanna Szczypińska, Adam Pawlak

Onafhankelijke redactie die peer-reviewed onderzoek, systematische reviews en officiële rapporten toegankelijk samenvat. Informatief, geen medisch advies. Laatst bijgewerkt op 21 september 2026.

Meer over ons →

Veelgestelde vragen

Korte antwoorden op de vragen die het vaakst terugkomen.

Meer over Onderzoek & cijfers

Grote Amerikaanse studie naar autisme en genderdysforie: vakcommentaar plaatst kanttekeningen

Onderzoek & cijfers

Grote Amerikaanse studie naar autisme en genderdysforie: vakcommentaar plaatst kanttekeningen

Een Amerikaanse studie onder ruim 750.000 jongeren bevestigt de samenhang tussen autisme en genderdysforie en vindt bij jongeren met beide diagnoses vaker depressie, angst en suïcidaliteit. Een begeleidend vakcommentaar noemt de studie waardevol, maar wijst op de grenzen van dossierdata en op het ontbreken van longitudinaal onderzoek.

4 oktober 2026Lees artikel →
Nieuwe cohortstudie: autistische meisjes beginnen minder vaak aan puberteitsremmers of hormonen, bij meer psychische problematiek

Onderzoek & cijfers

Nieuwe cohortstudie: autistische meisjes beginnen minder vaak aan puberteitsremmers of hormonen, bij meer psychische problematiek

Een Israëlische cohortstudie onder 786 jongeren van een nationale verwijskliniek voor genderzorg vindt dat autistische meisjes significant minder vaak aan puberteitsremmers of hormonen beginnen dan hun niet-autistische leeftijdgenoten, terwijl autistische jongeren vaker kampen met angst, ADHD en medicatiegebruik. De onderzoekers noemen dit een ongelijkheid en pleiten voor (vertaald) 'autisme-geïnformeerde' protocollen — maar is meer toegang wel de juiste conclusie?

28 september 2026Lees artikel →
Canadese genderkliniek-studie over autisme krijgt methodologische kritiek in vakblad

Onderzoek & cijfers

Canadese genderkliniek-studie over autisme krijgt methodologische kritiek in vakblad

Een dossieronderzoek bij de grootste publiek gefinancierde genderkliniek voor volwassenen van Canada vond meer genderdysforie-diagnoses en meer psychische diagnoses bij volwassenen met een autismediagnose. Drie Canadese onderzoekers vragen in een ingezonden brief om een voorzichtige lezing van die uitkomsten; de auteurs houden vast aan hun hoofdconclusies.

24 september 2026Lees artikel →