Onderzoek & cijfers

Vijftien procent krijgt geen diagnose: wie zijn dat, en waar blijft de comorbiditeit?

Ongeveer een op de zes jongeren die bij een genderkliniek wordt aangemeld, krijgt de diagnose genderdysforie niet. Over die groep is weinig bekend, terwijl autisme onder aangemelde kinderen en jongeren in Amsterdam tien keer zo vaak voorkwam als in de algemene bevolking. Wat weten we, en wat wordt niet gemeten?

·
Gepubliceerd 19 september 2026
Illustratie bij: Vijftien procent krijgt geen diagnose: wie zijn dat, en waar blijft de comorbiditeit?

In discussies over genderzorg gaat het bijna altijd over de jongeren die de diagnose genderdysforie krijgen. Over de jongeren die haar niet krijgen, hoor je zelden iets. Toch is dat een groep van betekenis: ongeveer een op de zes aangemelde jongeren. Voor wie zich bezighoudt met autisme, ADHD en gender is juist die groep interessant, omdat daar zichtbaar zou moeten worden hoe vaak een gendervraag bij nader inzien een andere achtergrond heeft.

Wat de cijfers zeggen

Bij het Amsterdamse genderteam kreeg gemiddeld 84,6 procent van de 1.072 jongeren die zich tussen 2000 en 2016 aanmeldden de diagnose, met een spreiding van 75 tot 97,4 procent; ruim 15 procent dus niet. Dat cijfer komt uit de studie van Arnoldussen en collega's uit 2020 (bron). Een dossieronderzoek van De Rooy en collega's uit 2026 onder 1.470 jongeren die tussen 2009 en 2019 werden verwezen, laat zien dat 264 van hen (18 procent) geen genderbevestigende medische behandeling kregen. Bij 38,3 procent van die groep was de reden dat er geen genderdysforie werd vastgesteld; bij 27,7 procent waren er wel genderdysfore gevoelens, maar was een diagnostisch traject niet haalbaar (bron). Deze getallen worden ook besproken in het cijferoverzicht van Genderzorg Nederland over verwijzing en diagnose, dat ook laat zien hoe sterk de uitkomst afhangt van wie je meetelt.

Autisme is onder aangemelde jongeren sterk oververtegenwoordigd

Dat autisme en genderdysforie vaker samen voorkomen dan op grond van toeval te verwachten is, staat niet ter discussie. De Vries en collega's vonden in 2010 bij 204 kinderen en jongeren die naar de Amsterdamse genderkliniek waren verwezen een autismespectrumstoornis bij 7,8 procent. Dat is volgens de auteurs tien keer zo veel als de 0,6 tot 1 procent in de algemene bevolking (bron). De grote studie van Warrier en collega's uit 2020, onder ruim 640.000 mensen buiten de klinische setting, vond dat transgender en genderdiverse deelnemers gemiddeld vaker een autismediagnose hadden dan cisgender deelnemers, en ook vaker andere diagnoses zoals ADHD (bron). Hoe die samenhang te verklaren is, weten we niet goed. Maar dat zij bestaat, betekent dat een deel van de jongeren in de diagnostiek een ontwikkelingsstoornis heeft die het beeld kan kleuren.

Wat niet wordt gerapporteerd

Je zou verwachten dat studies over diagnostische uitkomsten laten zien hoe autisme en ADHD verdeeld zijn over de groep met en de groep zonder diagnose. Krijgen autistische jongeren de diagnose even vaak, vaker of minder vaak? Duurt hun diagnostiek langer? Haken zij vaker af? De studie van De Vries uit 2010 geeft een eerste aanwijzing: van de 129 kinderen en jongeren met de diagnose genderidentiteitsstoornis had 4,7 procent een autismespectrumstoornis, tegen 17,0 procent van de 53 met de restdiagnose 'niet anderszins omschreven'. De twee recentere cijfers hierboven zijn niet naar autisme of ADHD uitgesplitst: het artikel van Arnoldussen noemt autisme niet, en de samenvatting van De Rooy geeft geen cijfers over autisme of ADHD. Die samenvatting noemt psychische problemen of problemen in de identiteitsontwikkeling die het traject in de weg stonden als een van de redenen om niet met behandeling te beginnen, zonder percentage. Wat er daarna met deze jongeren gebeurt, is maar voor een deel bekend: 28,8 procent van hen meldde zich als volwassene opnieuw bij dezelfde kliniek voor behandeling.

Waarom dit bij autisme extra telt

Bij autisme spelen factoren die de diagnostiek van genderdysforie ingewikkelder maken. Rigide denken kan ertoe leiden dat een eenmaal gevonden verklaring moeilijk wordt losgelaten. Het gevoel anders te zijn dan leeftijdsgenoten kan worden geduid in termen van gender. Sensorische gevoeligheid rond het veranderende lichaam in de puberteit kan lijken op lichaamsdysforie. En camouflagegedrag maakt dat wat een jongere in de spreekkamer laat zien, niet altijd overeenkomt met wat er speelt. Geen van deze factoren sluit genderdysforie uit. Wel vragen ze om diagnostiek die er nadrukkelijk rekening mee houdt, en om verslaglegging waaruit blijkt dat dit gebeurt.

Wat er gemeten zou moeten worden

Zolang klinieken alleen een totaalpercentage publiceren, blijft onzichtbaar hoe het autistische jongeren in de diagnostiek vergaat. Drie gegevens zouden veel verhelderen: het diagnosepercentage uitgesplitst naar wel of geen autisme of ADHD, de redenen waarom jongeren zonder diagnose afvallen, en waar die jongeren daarna zorg krijgen. Dat is geen exotische wens: de studie uit 2010 maakte zo'n uitsplitsing al, en het onderzoek uit 2026 haalde de redenen voor afvallen uit de dossiers. Voor ouders van een autistisch kind met een gendervraag is het intussen goed om te weten dat een diagnose autisme of ADHD in de verwijsbrief hoort, en dat je mag vragen hoe de kliniek daar in het onderzoek mee omgaat.

Nienke Vogelaar

Nienke Vogelaar

Redactie

Onafhankelijke redactie die peer-reviewed onderzoek, systematische reviews en officiële rapporten toegankelijk samenvat. Informatief, geen medisch advies. Laatst bijgewerkt op 19 september 2026.

Meer over ons →

Veelgestelde vragen

Korte antwoorden op de vragen die het vaakst terugkomen.

Meer over Onderzoek & cijfers

Grote Amerikaanse studie naar autisme en genderdysforie: vakcommentaar plaatst kanttekeningen

Onderzoek & cijfers

Grote Amerikaanse studie naar autisme en genderdysforie: vakcommentaar plaatst kanttekeningen

Een Amerikaanse studie onder ruim 750.000 jongeren bevestigt de samenhang tussen autisme en genderdysforie en vindt bij jongeren met beide diagnoses vaker depressie, angst en suïcidaliteit. Een begeleidend vakcommentaar noemt de studie waardevol, maar wijst op de grenzen van dossierdata en op het ontbreken van longitudinaal onderzoek.

4 oktober 2026Lees artikel →
Nieuwe cohortstudie: autistische meisjes beginnen minder vaak aan puberteitsremmers of hormonen, bij meer psychische problematiek

Onderzoek & cijfers

Nieuwe cohortstudie: autistische meisjes beginnen minder vaak aan puberteitsremmers of hormonen, bij meer psychische problematiek

Een Israëlische cohortstudie onder 786 jongeren van een nationale verwijskliniek voor genderzorg vindt dat autistische meisjes significant minder vaak aan puberteitsremmers of hormonen beginnen dan hun niet-autistische leeftijdgenoten, terwijl autistische jongeren vaker kampen met angst, ADHD en medicatiegebruik. De onderzoekers noemen dit een ongelijkheid en pleiten voor (vertaald) 'autisme-geïnformeerde' protocollen — maar is meer toegang wel de juiste conclusie?

28 september 2026Lees artikel →
Canadese genderkliniek-studie over autisme krijgt methodologische kritiek in vakblad

Onderzoek & cijfers

Canadese genderkliniek-studie over autisme krijgt methodologische kritiek in vakblad

Een dossieronderzoek bij de grootste publiek gefinancierde genderkliniek voor volwassenen van Canada vond meer genderdysforie-diagnoses en meer psychische diagnoses bij volwassenen met een autismediagnose. Drie Canadese onderzoekers vragen in een ingezonden brief om een voorzichtige lezing van die uitkomsten; de auteurs houden vast aan hun hoofdconclusies.

24 september 2026Lees artikel →
Nieuwe review: autisme oververtegenwoordigd bij genderdysforie én bij transgenderklinieken

Onderzoek & cijfers

Nieuwe review: autisme oververtegenwoordigd bij genderdysforie én bij transgenderklinieken

Een Poolse literatuurreview (2026) bevestigt dat autisme vaker voorkomt bij mensen met genderdysforie én bij bezoekers van genderklinieken, en pleit voor training van behandelaars. De review noemt zelf verhoogde risico's op angst, depressie en zelfbeschadiging, maar verbindt daaraan vooral de conclusie dat de autonomie van patiënten gerespecteerd moet worden en dat zij mee moeten beslissen over hun behandeling — niet dat er eerst zorgvuldiger gekeken moet worden.

21 september 2026Lees artikel →