Onderzoek & cijfers
Nieuwe detransitie-studie: 42% van de deelnemers identificeert zich als autistisch
Een grote Amerikaans-Canadese studie onder 957 LGBTQ2S+ deelnemers laat zien dat bijna de helft van de mensen die detransitioneren zich autistisch noemt, en dat velen aangeven dat hun genderdysforie eigenlijk een andere oorzaak had.

Een nieuwe studie in het Journal of LGBTQ+ Mental Health brengt op grote schaal in kaart waarom mensen hun transitie afbreken of terugdraaien. De cijfers over autisme in deze groep zijn opvallend, en sluiten aan bij wat op deze site al langer naar voren komt: autistische kenmerken en genderdysforie zijn vaker met elkaar verweven dan de gangbare zorg soms erkent.
De studie in het kort
Onderzoekers rond MacKinnon bevroegen 957 LGBTQ2S+ deelnemers in de Verenigde Staten en Canada, met dataverzameling tussen december 2023 en april 2024. Van de deelnemers had 65 procent op enig moment een medische transitie doorgemaakt. De studie, gepubliceerd in 2026, is een van de grotere kwantitatieve onderzoeken naar detransitie tot nu toe en probeert niet alleen te tellen hoe vaak het voorkomt, maar vooral te begrijpen waarom.
Waarom mensen detransitioneren
De redenen die deelnemers opgaven waren uiteenlopend. Het vaakst genoemd werd een verschuiving in hoe iemand over gender en gendernormen dacht (52 procent), gevolgd door een verandering in de eigen identiteit (47 procent). Veertig procent gaf aan dat de transitie niet had geleid tot een verbetering van de mentale gezondheid, en 41 procent meldde dat de genderdysforie zelf was verdwenen. Discriminatie speelde bij 39 procent mee, en bijna een derde (31,7 procent) voelde zich na transitie niet volledig 'passend' waargenomen.
Opvallend is een aparte categorie: 39 procent van de deelnemers gaf aan dat ze inmiddels beseften dat hun oorspronkelijke genderdysforie een andere achterliggende oorzaak had, zoals een trauma of autisme. Dat is precies het punt waar differentiaaldiagnostiek om draait: een gevoel van onvrede met het lichaam of jezelf kan uit verschillende bronnen komen, en die bronnen vragen niet allemaal om dezelfde aanpak.
Autisme en een zware voorgeschiedenis
Twee cijfers uit de studie springen er voor deze site uit. Ten eerste identificeerde 42 procent van de deelnemers zich als autistisch, een percentage dat ver boven het aandeel autisme in de algemene bevolking ligt en aansluit bij eerder onderzoek naar de oververtegenwoordiging van autisme in genderklinieken. Ten tweede lag de gemiddelde score op de ACE-lijst (adverse childhood experiences, ofwel belastende jeugdervaringen zoals verwaarlozing, misbruik of huiselijk geweld) op 4,03, tegenover een gemiddelde van 1,79 in de algemene bevolking.
Die twee bevindingen staan niet los van elkaar. Autistische kinderen en jongeren maken vaker een moeilijke jeugd door, onder meer door pesten, uitsluiting en een omgeving die niet is afgestemd op hun manier van waarnemen en communiceren. Een hoge ACE-score wijst niet naar één simpele verklaring, maar onderstreept wel dat bij een deel van deze groep meerdere zware factoren tegelijk speelden voordat er ooit sprake was van een transitie.
Identiteit die in beweging blijft
De deelnemers gebruikten in hun leven gemiddeld 4,22 verschillende labels om hun genderidentiteit te beschrijven, en 42 procent hervatte op enig moment de transitie na een eerdere onderbreking. Dat beeld van een zoektocht die niet lineair verloopt, is precies waarom voorzichtigheid en tijd in de diagnostiek ertoe doen: een identiteit die op je zestiende vaststaat, hoeft dat op je twintigste niet meer te zijn, en dat geldt voor autistische jongeren niet minder dan voor anderen.
Wat dit betekent voor de zorg
De onderzoekers zelf duiden hun bevindingen vooral als bewijs dat genderidentiteit vloeibaar kan zijn en dat detransitie geen falen is maar een normaal onderdeel van zelfontdekking. Dat is een legitieme lezing van de cijfers. Maar de cijfers laten evengoed zien dat een aanzienlijk deel van de deelnemers achteraf een heel andere verklaring vond voor wat ooit als genderdysforie werd geduid: autisme, trauma, of een combinatie daarvan. Voor klinieken die zulke achtergrond niet stelselmatig uitvragen, is dat een gemiste kans om iemand eerder en beter te helpen.
Voor ouders en behandelaars is de les niet dat autisme genderdysforie 'verklaart' of ongeldig maakt. Het is dat een zorgvuldig traject de tijd neemt om na te gaan wat er nog meer meespeelt, zeker wanneer er sprake is van autisme, een zware jeugd, of allebei. Deze studie laat zien dat een deel van de mensen die zo'n traject niet kregen, er zelf jaren later op terugkomt.
Bronnen
- MacKinnon, K.R., et al. (2026). Gender fluidity and detransition: Results of a cross-sectional online survey of sexual and gender minorities living in the US and Canada. Journal of LGBTQ+ Mental Health.

Nienke Vogelaar
Redactie
Redactie Genderautisme.nl
Onafhankelijke redactie die peer-reviewed onderzoek, systematische reviews en officiële rapporten toegankelijk samenvat. Informatief, geen medisch advies. Laatst bijgewerkt op 20 augustus 2026.
Veelgestelde vragen
Korte antwoorden op de vragen die het vaakst terugkomen.
Meer over Onderzoek & cijfers
Onderzoek & cijfers
Groot Amerikaans dossieronderzoek bevestigt sterke samenhang tussen autisme en genderdysforie
Een Amerikaanse studie op basis van dossiers van meer dan 750.000 personen in een regulier, niet-academisch zorgsysteem bevestigt een sterke samenhang tussen autisme en genderdysforie bij adolescenten, met meer depressie, angst en suïcidaliteit wanneer beide voorkomen.

Onderzoek & cijfers
SPARK-onderzoek: transgender autistische tieners lopen duidelijk hoger risico op depressie
Een nieuwe analyse van het grote Amerikaanse SPARK-autismecohort laat zien dat transgender en genderdiverse autistische adolescenten veel vaker een depressie hebben dan hun autistische leeftijdsgenoten die dat niet zijn — een verband dat overeind bleef na correctie voor andere risicofactoren.

Onderzoek & cijfers
Waarom camouflagegedrag bij autisme vaak samengaat met vragen over gender
Een overzicht van twaalf onderzoeken laat een consistent patroon zien: mensen met autisme rapporteren vaker vragen over hun genderidentiteit. Camouflagegedrag lijkt een onderbelichte verklaring.

Onderzoek & cijfers
Portugese overzichtsstudie brengt kennis over autisme en genderdysforie samen
Een nieuwe Europese overzichtsstudie zet het bestaande onderzoek naar de samenhang tussen autisme en genderdysforie voor het eerst systematisch naast elkaar — met een prevalentiecijfer tot 26%, mogelijke verklaringen en aanbevelingen voor de spreekkamer.